2. Het geheim van het Singelfestival

Op 2 augustus 1982 werd de Stichting Singelfestival in het leven geroepen. In de jaren die volgden bewees het festival zijn bestaansrecht. Het bezoekersaantal liep gestaag op tot 1.400. Het Singelfestival was daarmee het grootste festival van Waterland. In 1985 schreef het Nieuwsblad Oost-Waterland: “Ondanks herhaalde pogingen om elders in Waterland een soortgelijk festival van de grond te krijgen, is dat nog nergens gelukt. Het geheim van het Singelfestival is, volgens de organisatoren, dat er een redelijke balans is tussen de totale groep van mensen, die aan het festival meewerken. Er is evenwicht tussen mensen met wilde ideeën en mensen die met beide voeten op de grond blijven staan.”

De Bendeband, het meest a-muzikale gezelschap dat Edam ooit geteisterd heeft

De programmeurs van het festival bleken een goede neus te hebben voor talent. In de jaren 1982-1986 kwamen onder meer Fay Lovsky, Jan Rot, het in Edam mateloos populaire Barrelhouse, Harry “Een goeie Drent piest buuten” Muskee, The Nits, De Gigantjes, Funky Stuff (met Candy Dulfer), I’ve Got the Bullets en De Dijk. Maar ook lokaal talent kreeg de ruimte. Dit waren veelal bands die waren opgevallen op het jaarlijkse Paaspop in de Nohol, zoals de Turbo-band, Ten Numbers, Kaas, Movemeant, Tied Up en Kees Dusink.

Het theater was bepaald geen ondergeschoven kindje. Voor de volwassenen werd vooral gezocht naar foolstheater. The Malcolms, Dr. Hot & Neon, Pigeon Drop, Les Funambules en Ray Graham lieten volle tenten schateren. Voor de kinderen kwamen onder meer het Speeltheater, Lijn Negen (met Johanna ter Steege), Cees Brandt, Carrousel (met René van ’t Hof), Circus Custers en Hakim. Heel veel succes had de voorstelling “Kweetniet” van Kaktus, met Peter-Jan Rens en Tony Maples. “Meneer Kaktus was vóór zijn televisiedebuut allang bij ons geweest”, vertelde Pieter Leek jaren later aan een huis-aan-huisblad. “Die act is ons altijd bijgebleven. Meneer Kaktus, toen al in zijn blauwe pyjama, ging in bad. Aangezien je niet met je kleren aan in bad gaat, kleedde hij zich dus midden op het podium uit. Net toen hij daar mee klaar was, stapte burgemeester Pouw binnen. Je had die man eens moeten zien kijken…”

De notulen van de evaluatievergadering van 1986 beginnen met de volgende zin: “Iedereen is van mening dat het een heel goed – zo niet het beste – festival was.” Dat werd breed zo gevoeld: het festival trok een recordaantal bezoekers en de recensie in de NNC was eveneens juichend. De krant betitelde de theaterprogrammering als ‘het beste van het beste’. “De keuze in kindertheater was dit jaar perfect, want zowel de voorstelling van Cees Brandt als die van de Broertjes Groothof was uiterst vindingrijk en komisch. Bij het theater voor volwassenen maakte vooral de Dogtroep indruk met een nachtelijke voorstelling, doorspekt met vuur en vlammen.”

Het jaar daarop keken bestuur en coördinatoren met aanzienlijk minder voldoening terug. Het middagprogramma, met onder meer Theatergroep Spekkies, Tim Jones, Bob & Bert, Limited Company (met Mark Kingsford) en Romantic Hearts (met Jos doet-ie-’t-of-doet-ie-’t-niet van Santen), was prima, maar ’s avonds ging het mis. Het hoogtepunt van het avondprogramma was het optreden van het weergaloze Belgische clownsduo Les Funambules, maar die brachten hetzelfde programma waarmee ze twee jaar eerder ook al te bewonderen waren geweest. De koorddanser Circo Vanzelf oogstte aanmerkelijk minder waardering en datzelfde gold voor de afsluiter, het Rubén Salas Orquestra. Het publiek reageerde lauw op de weinig spetterende latin-ballroommuziek, die mede door onenigheid binnen de band maar niet uit de verf wilde komen. Toen de disco na afloop ook nog eens bleek te bestaan uit kermisbandjes van de Prinsenbar keerde menige bezoeker dan ook met een kater huiswaarts. Uit de notulen van de evaluatievergadering spreekt teleurstelling: het bezoekersaantal viel tegen en er waren veel klachten binnengekomen over de prijs/kwaliteitverhouding. Het was tijd om een nieuwe weg in te slaan.