4. Erop of eronder

In 1991 werd de duur van het festival tot opluchting veel vrijwilligers teruggebracht naar twee dagen. De spiegeltent met zijn beperkte capaciteit maakte plaats voor een wat grotere circustent. Maar de belangrijkste wijziging was dat het elfde festival eenmalig plaatsvond in juni. In september 1991 zou namelijk het nieuwe Noholgebouw feestelijk worden geopend en het Singelfestivalbestuur wilde de Nohol niet voor de voeten lopen. Ondanks regen werd het festival goed bezocht, onder meer dankzij Roots Syndicate, The Pilgrims, de metershoge “Vriendelijke reus” van Theater Popject, de Keniaanse formatie Simba Wanyika en The Jack of Hearts.

Zoekplaatje: VandeVen en VanBommel tussen de vrijwilligers

Ook het Singelfestival van 1992 was een succes. Het mooie weer en het sterke programma met onder meer Foolville, Spo Dee O Dee, Gotcha!, het Speeltheater Holland, Mario van Erp, Fred & Fred Star, Hallo Venray, Loes Luca en Cor Witjes, Les Charmeurs en Mr. Jones maakten dat Ronald Mooijer tevreden kon terugkijken op zijn laatste festival als voorzitter.

Ronald werd opgevolgd door Luc van den Berg. Het bestuur bestond in 1993 verder uit secretaris Ireen Warnik, penningmeester René Uitentuis, voorzitter programmacommissie Kees Garms, Teun Beets, Frank van den Berg, Marijke Bond, Sipke Douna, Rob Lammertse, Brigitte Lang, Pieter Leek, Joost Molenaar en Roline Peters.

Het 13e Singelfestival werd een financiële strop. De vrijdagavond met Mark Foggo, Burma Shave en .nuClarity was de slechtstbezochte ooit. Dit lag niet aan de kwaliteit van het programma, maar aan het slechte weer en de gevolgen van de oorlog op de Balkan. Door een bombardement in de buurt van Zagreb was de wedstrijd Hajduk Split-Ajax uitgerekend verplaatst naar de openingsdag van het Singelfestival. Het gevolg was dat de grote feesttent tot ongeveer half elf bijna leeg bleef. De goedbezochte zaterdag, met Gebakken Eieren, ‘Het levende schilderij’ van Theater Schrikkel, ‘The Half Human Video Show’ van Matthew Pullum en muziek van de Bintangs, Moondogs (met Kees Prins) en Captain Gumbo kon dit niet meer goedmaken.

“Na het vorig jaar helaas financieel moeizaam verlopen festival is het ditmaal min of meer d’r op of d’r onder”, schreef Luc van den Berg in het draaiboek van 1994. “Een door de jaren heen opgebouwd kapitaaltje is door een slecht bezochte vrijdag in één klap weggevaagd. Daarom zal iedereen moeten beseffen dat we dit festival alles op alles moeten zetten om ons hoofd boven water te houden.”

Het eigen vermogen van het festival was geslonken tot slechts ƒ 3.687,47. Het organiseren van de 14e editie was feitelijk onverantwoord en penningmeester René Uitentuis eiste van bestuur en coördinatoren dan ook een strakke budgetdiscipline. De leuke ideeën die de programmacommissie op andere festivals had opgedaan werden noodgedwongen geparkeerd. Voor een aparte theatertent of een theatertour was simpelweg (nog) geen geld. Het was ook daarom dat oude succesnummers als Barrelhouse en Sjako! werden teruggehaald.

Deze keuze wierp zijn vruchten af. Al meteen bij de aanvang van het evenement, op vrijdagavond, mocht het festival zich verheugen in een grote belangstelling. Het affiche vermeldde de namen van The Catfish Bluesband (met Kees Nor), S.O. Jazz (met Benjamin Herman), adembenemend stuntwerk van The Flying Dutchmen en het nog altijd razend populaire Barrelhouse. Op zaterdagmiddag maakte Edam voor de eerste keer kennis met Clemens VandeVen en Sjoerd VanBommel, die met zijn tweeën klonken als een complete band. De Stadskrant: “Nog nooit twee man op zo’n overtuigende wijze muziek zien maken: een openbaring!” NNC: “Terwijl zij feitelijk als opwarmertje moesten dienen voor de ‘grote namen’, draaiden ze de rollen gewoon om. Het publiek reageerde aangenaam verrast op dit onbekende superpaar.” ’s Avonds volgden Sjako!, The Uncles en de achtkoppige soulband Back to Basic. Sjoerd VanBommel had het publiek al gewaarschuwd: “Back to Basic is een goeie band. Let vooral even op die geweldige drummer!” Die drummer was niemand minder dan… hijzelf!

Het festival trok, verdeeld over drie dagdelen, meer dan 1.600 bezoekers en bracht het eigen vermogen weer terug op een aanvaardbaar niveau. Waterlands grootste festival kon zich op gaan maken voor zijn derde lustrum.